Depressies ontstaan door een combinatie van verschillende factoren in opvoeding, karakter en leefstijl en door ervaringen en genen. Erfelijkheid als oorzaak wordt vaak overschat.

De afgelopen week ging het in diverse media over de oorzaken van depressies en vielen woorden als ‘depressie-gen’ en ‘suïcide-gen’. Onderzoekers hebben echter nooit een genetische afwijking aangetroffen als rechtstreekse oorzaak van depressies. Dat is vrijwel nooit het geval bij psychische aandoeningen.

Wel zijn er vele variaties in meer dan 100 genen die met elkaar enige invloed kunnen hebben op het ontstaan van angst- en stemmingsstoornissen. Ze kunnen iemand kwetsbaarder maken voor een depressie. Dan is nog niet gezegd dat iemand ook daadwerkelijk een depressie krijgt.

Uit (tweelingen-)onderzoek blijkt dat bij depressies slechts voor 37% erfelijke factoren meespelen. Omgevingsfactoren hebben bijna twee keer zoveel invloed.

“Wij vinden het belangrijk dat mensen zich realiseren dat genen niet altijd alles bepalend zijn. Je leefomstandigheden, wat je meemaakt, je gedrag en je gewoonten zijn óók van invloed zijn op je gezondheid”, aldus Klaas Dolsma, directeur Erfocentrum, het Nationaal informatiecentrum erfelijkheid.

Meer informatie staat in ‘Angst- en stemmingsstoornissen en erfelijkheid‘. Dit informatieblad is gebaseerd op een actueel overzicht van conclusies uit genetisch onderzoek en eerder gepubliceerd in opdracht van en samen met het Fonds Psychische Gezondheid.

Meer informatie: www.erfelijkheid.nl

LAAT EEN REACTIE ACHTER